close
  • zaterdag 21 september
Rouw en verlies

Ton ziet zijn ziekte en naderende dood als een kans om te groeien

Ton ziet zijn ziekte en naderende dood als een kans om te groeien

Soms tref je van die pareltjes van collega-schrijvers die precies passen in dat wat je de lezer wilt brengen: verhalen over het leven, over de dood en de zin van alles. Amber Boomsma interviewde Ton Aartsen die, zoals zij het duidt: de dood al bij de kladden heeft. ‘Mijn levenscirkel is bijna voltooid’, kopte ze boven het artikel over de man die de diagnose ALS kreeg. We mogen van Amber het volledige interview plaatsen. 

Ton Aartsen (68) pakte de dood al bij de kladden toen hij nog in de bloei van zijn leven was. Uit angst en fascinatie voor Het Grote Niets ging hij zelfonderzoekend met het thema aan de slag. Afgelopen zomer bekeken we een indringende reeks kunstwerken uit die periode, terwijl de dood in stilte aanwezig was in zijn atelier. Dichterbij dan ooit, omdat Ton’s gezondheid door de spierziekte ALS steeds verder achteruitgaat.

Het klinkt misschien als een beklemmend moment, daar in het atelier, met de dood in stilte aanwezig. Toch voelde het heel anders. Het is alsof het leven zich ten volle openbaart in het besef van onze vergankelijkheid. Ton merkt het ook. “Anders dan een plotselinge dood, geeft deze ziekte me de kans om de cirkel van mijn leven bewust af te ronden. Om via alle dierbare mensen in mijn leven in de spiegel van mijn bestaan te kijken. Wat ik daarin zie, is hartverwarmend. Van liefde en genegenheid tot steun, respect en verdriet over het afscheid. Er komt iets heel wezenlijks tevoorschijn in het contact. Ook zonder woorden. Elkaar gewoon even vasthouden, dat zegt alles.”

Elkaar vasthouden en tegelijk langzaam het leven loslaten. Het proces waar Ton in zit, is een weg die hij op zijn eigen manier aflegt. Van lijdzaam afwachten is geen sprake. Net zoals hij al eerder gevoelige thema’s bewust doorleefde, ziet de kunstenaar ook zijn ziekte en naderende dood als een kans om te groeien als mens. “Omgaan met het einde van je leven, dat leer ik in deze fase. Van voor mijn geboorte weet ik niets, van na mijn sterven ook niet, maar ik weet wél dat mijn levenscirkel bijna is voltooid. The circle of life gaat altijd door, maar deze Ton Aartsen bestaat maar één keer… en straks is het voorbij.”

‘Langzaam terug naar het niets’

“Ik denk dat er niets is na de dood. Het houdt gewoon op. Soms kijk ik met lichte jaloezie naar mensen die geloven in een hiernamaals. Dat is vast minder beangstigend dat het niets. Vroeger, als kind al, was ik echt bang voor het ongrijpbare van dat grote niets. Nu jaagt het me geen schrik meer aan. Het is alsof ik door mijn ziekte weer langzaam terugkeer. Als baby slaap je eerst veel, terwijl je steeds vaker wakker en actief bent naarmate je lichaam en je krachten groeien. Ik zit in een omgekeerd proces: mijn fysieke functionaliteiten gaan achteruit, mijn energie vermindert en ik slaap steeds meer… tot het moment dat ik – hopelijk zachtjes – wegglijd in het niets.”

Het is bijna alsof Ton al een beetje aan het vervagen is. Daarom vond hij het energetisch zelfportret (hierbij geplaatst, red.) zo passend. “Mijn vorm en energie gaan verdwijnen, zijn straks helemaal weg. Dat is iets onvoorstelbaars zolang je er nog bent. Wat blijft, zijn de herinneringen in de harten van mijn dierbaren en de as in mijn zelfgemaakte urn. En mijn kunstwerken natuurlijk, het verhaal van mijn leven. Daarmee laat ik iets van mezelf achter, van mijn kern. Voor mij is het creatieve proces de beste manier gebleken om mezelf te doorgronden en om obstakels in mijn leven te overwinnen. Alle thema’s die mij raakten, zie je terug in mijn kunst.”

‘Het complete plaatje’

Sommige kunstenaars worden pas na hun dood begrepen. In hoeverre snapten mensen door de jaren heen de fotografie, beeldende kunst, muziek en taal van Ton? “Het is maar net wat anderen raakt, kunst werkt als een spiegel. Wat ik een groot geluk vind, is dat mijn partner Ank en onze dochters het complete plaatje zien van wat ik door de jaren heen heb gemaakt. Bij mijn laatste voorstelling viel het verhaal voor mezelf, maar ook voor hen op z’n plek. Mijn culturele identiteit is altijd mijn achilleshiel geweest en sinds die laatste performance is er balans. Het was alsof ik daar met mijn verhalen, gedichten en lichtbeelden de kaarten op tafel legde: dit is wie ik ben.”

“Het gaat in mijn werk om de samenhang, de context. Zoals alles in het leven. Het is maar vanuit welk perspectief je kijkt. Dat merk ik ook nu, in deze laatste fase van mijn leven. Toen de diagnose ALS werd gesteld, viel ik eerst in een flink gat. Opeens staat alles op losse schroeven, heel emotioneel. Er begon er een soort rouwproces over mijn naderende einde. Momenten van vertwijfeling, angst en wanhoop wisselden af met gevoelens van berusting. En dwars door alles heen steeds weer de liefde, door hoe we hier als gezin, samen met een dierbare kring van naasten, tóch een weg in weten te vinden. Dat stemt me dankbaar, hoe graag ik ook langer had willen leven.”

‘Nieuwe herinneringen bouwen’

“Mijn dood is onontkoombaar, maar ik beleef het leven ten volle zolang ik er nog ben, ook de moeizame momenten. Het creatieve proces helpt me daarbij nog steeds. Als ik energie heb, werk ik aan mijn laatste serie en doe ik samen met mijn dochters een foto- en schilderproject. Voor als ik er straks niet meer ben. Dat is emotioneel, maar vooral heel fijn en waardevol. Ze leren mijn filosofie en werkwijze beter begrijpen en we bouwen nieuwe herinneringen. Door wat we nu nog samen doen en maken, hoop ik hen straks enige troost te bieden. Iets tastbaars van de mens die ze gaan missen. Mijn dochters gaan na mijn dood onze gezamenlijke tentoonstelling inrichten en mijn levenswerk beheren. Heel bijzonder om dat door te kunnen geven.”

Het allermoeilijkste vindt Ton het achterlaten van zijn levenspartner. “Mijn ziekteproces doorleven we samen, maar straks moet Ank alleen verder en kan ik er niet meer voor haar zijn. Dat stemt me verdrietig, al ben ik tegelijk gelukkig dat we er nu wél voor elkaar zijn. De dood is bij ons geen taboe en los van de lichamelijke ellende is langzaam sterven een zegen, omdat we echt iets voor elkaar kunnen betekenen in deze fase. Dat deden we ook al voor mijn ziekte, maar dit zet alles op scherp, maakt het leven kwetsbaarder en intenser tegelijk. Ik kan terugblikken, de balans opmaken en de cirkel afronden, temidden van mijn geliefden. Wat wil een mens nog meer van het leven?”

Schrijver : Amber Boomsma/Dagelijkse moed

Foto: energetisch zelfportret Ton Aartsen

Geschreven door: Redactie

Abonneer op de nieuwsbrief

Volg ons via Facebook