close
  • zaterdag 15 december
Gezondheid en zorg

Francine kreeg een burn-out: ‘daar lag ik dan bij de Albert Heijn’ 

Francine kreeg een burn-out: ‘daar lag ik dan bij de Albert Heijn’ 

Francine raakte burn-out en kwam erachter dat niet alleen zíj zichzelf moet leren accepteren, maar ook haar omgeving moet accepteren wie ze nu is. ‘Als ik thuis kom, ben ik helemaal leeg. Is alle energie op. Dat heeft niemand op die verjaardag in de gaten gehad’.

“Daar lag ik dan, tussen de croissantjes bij de Albert Heijn. Ik ging helemaal ‘out’. Mensen dachten aan een TIA of iets dergelijks, maar het was gewoon het gevolg van een burn-out. Gewoon, maar niet heus. Een goeie burn-out wordt enorm onderschat. Ik had neurologische klachten die louter door de totale uitputting werd veroorzaakt. Ga dat een ander maar uitleggen.” 

Opgebrand zijn

Het is een frustratie waar veel mensen met burn-out klachten mee te maken krijgen. Het accepteren van het feit dat hun omgeving niet altijd goed begrijpt wat het betekent om totaal opgebrand te zijn. “Gisteren was ik nog op een verjaardag en zat er lekker te kletsen. Niemand die in de gaten heeft dat ik daar op mijn reserves zit. Als ik thuis kom, na nog een flinke reis terug, ben ik helemaal leeg. Is alle energie op. Dat heeft niemand op die verjaardag in de gaten gehad.” 

Aan het woord in Francine van Amstel (59), misschien ken je haar van haar blogs en verhalen over vroeger die regelmatig op onze website worden gepubliceerd. Wanneer bij haar officieel een burn-out werd vastgesteld? “Even nadenken. Oh, daar gaan we al. Dat nadenken is dus een probleem. Zodra ik moe raak, kan ik dat gewoon niet zo goed. Dan kom ik niet meer goed bij mijn gedachten, mijn informatiebron zeg maar. Net zoals ik een tijd lang niet kon lezen. Geen zin die binnen kwam. En dat zorgt allemaal voor stress.” Maar we komen eruit: begin juli 2017, een paar maanden nadat haar broer overleed en ze haar teen had gebroken en letterlijk en figuurlijk geen kant meer op kon. Verhuizen moest op krukken.

‘Het is heel persoonlijk, maar in de meeste gevallen gaat het toch om het aangeven van je grenzen’

“Het was de druppel. Ik ging naar de huisarts om hulp te vragen bij het rouwen, maar er bleek veel meer aan de hand. Ik raakte emotioneel in een rollercoaster. Dat emotionele proces was al begonnen toen ik werkloos raakte, een paar jaar geleden. Ik voel me sinds die tijd nutteloos. Nu is het niet zo dat iedereen die werkloos wordt, in een burn-out terecht komt. Zowel in het arbeidsproces als als huisvrouw ben je er even gevoelig voor, alhoewel het bij die laatste groep minder wordt geaccepteerd. Het gaat er vooral om hoe je in het leven staat en hoe je omgaat met bepaalde situaties. Het is dus heel persoonlijk, maar in de meeste gevallen gaat het toch om het aangeven van je grenzen.”

Op dit moment vindt Francine het vooral waardeloos dat ze nog niet aan het werk kan. “Mijn grootste probleem is mijn energieniveau. Dat is nog altijd laag. Dat frustreert want ik voel dat ik niet meedraai. Iedereen om me heen lijkt in een bepaalde flow te zitten en ik sta stil. Ik probeer me te ontworstelen aan het stigma dat ik ziek ben, probeer steeds mijn beste kant te laten zien en wil geen slachtoffer zijn. Maar dat valt niet mee als je steeds met het UWV te maken hebt en in de ziektewet zit. Het is een prachtig vangnet, maar er gaat ook een druk vanuit. Ik vind het ontzettend vervelend en dat is nog zacht uitgedrukt.”

Financiële stress

In haar werkverleden raakte ze zowel lichamelijk als geestelijk steeds meer uitgeput. “Op een gegeven moment kon ik niet aan voldoende werkuren komen. Het feit dat je dan in een andere financiële situatie terecht komt, zorgt voor stress. Financiële stress. Ik zocht oplossingen in het verkopen van huisraad. Op bezoek gaan bij vrienden kostte behoorlijk wat aan reiskosten. Dat deed ik op een gegeven moment niet meer. Ik probeerde anderen daar niets van te laten merken. Ik kon mijn kop niet meer boven water houden en dat doet je eigenwaarde niet goed. Ik heb kwaliteiten, ik heb diploma’s, maar het zei op dat moment niets meer. Ik raakte in een proces waarbij ik beslissingen ging nemen, waar ik niet volledig achter stond. Op die manier raakte ik steeds verder bij mezelf vandaan.”

‘Mijn leven lang had ik er naar verlangd daar te wonen’

“Ik kwam in de ww terecht en daarmee krijg je een andere rol in de maatschappij. Ik woonde in die periode op een eiland. Mijn leven lang had ik er naar verlangd daar te wonen. Om regelmatig werk te houden met voldoende uren, moest ik naar de wal. Dat gegeven gaf op zich al heel veel klachten. Ik zat in een spagaat. Zowel mentaal als fysiek. Ik had enorme spanningen en dat ging in mijn spieren zitten. Door de vermoeidheid en het vele piekeren, kreeg ik steeds meer klachten. Ik kwam totaal niet tot rust. Naar de buitenwereld toe hield ik mijn mond.”

Juist in die periode ontmoette ze de man waarmee ze verder wilde. “Dat was echt geweldig en leuk. Dus ging ik door. Liet me niet uit het veld slaan, want een nieuwe liefde; dat was immers positief. Dat ik toen al hartstikke moe was, daar schonk ik geen aandacht aan. Ik wilde alles beleven. Conclusie: ik ging ver over mijn grenzen heen. Ik wilde bij hem zijn, maar ook dat betekende dat ik van mijn eiland weg moest. Ik deed het, voor de liefde. Zou dan bovendien dichter bij mijn kinderen komen te wonen en ik hoopte op meer kans op een baantje. Maar ik liet daarmee wel iets van mezelf achter.”

Terugkijkend ziet Francine dat ze toen deed wat ze haar hele leven al had gedaan. Steeds weggaan van een plek waar ze het fijn had. “Wie in een burn-out zit, heeft een slecht beoordelingsvermogen. Ik wilde niets liever dan rust en een ‘ruis-vrij’ bestaan. Ik maakte de keuzes vanuit mijn ratio, iets wat ik vaker in mijn leven had gedaan. Ik stapte daarbij over mijn eigen gevoel heen, en ging weg van dat wat het beste bij mij past.” Spijt heeft ze niet, maar ze mist wel de zee. “Ik ben een mens voor aan de kust. Ik wil de zee en de meeuwen horen. Dat heb ik moeten loslaten.” Ze voegt er aan toe dat het met de liefde goed zit, maar dat wonen bij zee nog altijd trekt. “Dat geeft me zoveel ruimte. Het blijft een verlangen.”

‘Er zijn piekmomenten, die moet ik leren herkennen’

“Eigenlijk moet ik leren rust te nemen vóórdat ik uitgeput ben. Maar veel mensen doen dat net als ik pas als ze echt niet meer kunnen. Dan raak je uitgeput. Van hard werken, krijg je geen burn-out, maar je moet je grenzen weten.” In vergelijking met vijf maanden geleden gaat het beter met Francine. Ze verdeelt haar activiteiten over de dag. Dan heeft ze het over activiteiten als afwassen, de planten water geven. Post beantwoorden en naar de supermarkt gaan. “Het lijkt niks, maar ik heb op dat gebied mezelf opnieuw moeten uitvinden. Er zijn piekmomenten, die moet ik leren herkennen. Dan is er energie om iets leuks te doen. Daarna moet ik rust nemen. Een psycholoog verbeeldde het eens zo: stel je een flatgebouw voor met een een lift en tien verdiepingen. Je start ’s morgens op de vierde. Als je dan teveel van je energie uitgeeft, zit je ’s middags op -2. Juist dan moet je uitrusten. Kun je dat? Als je dat niet doet, zit je ’s avonds op -5 en moet je in de nacht weer op een acceptabel niveau zien te komen. Op die manier haal je natuurlijk nooit de tiende.”

In de berm

Een half jaar geleden moest Francine al op de bank gaan zitten nadat ze de trap was afgelopen. “Inmiddels doe ik alweer twee activiteiten op een dag. Bijvoorbeeld mijn haar wassen en stofzuigen. Maar emotionele gebeurtenissen putten me nog altijd uit. Sinds vier maanden rijd ik weer auto. Daarvoor kon mijn lichaam op onverwachte momenten zomaar uitvallen. Of ik wist ineens de weg niet meer en raakte in paniek. Mijn lichaam moest opgebouwde spierspanningen in één klap kwijt zien te raken. Dan kon ik in bed liggen schudden en trillen. Ik heb ook een keer twintig minuten in de berm liggen slapen tijdens een fietsritje. Ik voelde zo alle energie uit mijn lijf stromen. Ik moest afstappen en ging liggen. Ik kreeg neurologische onderzoeken of het geen epilepsie was of iets dergelijks. Niks aan de hand. Gewoon totaal opgebrand. Mijn lichaam zei werkelijk: stop! Dat is angstig hoor.”

“Die angst zette aan tot gedachten als wie ben ik nou en wat voor een leven heb ik zo? Het was alsof alles door mijn vingers glipte. Ik had depressieve momenten. Toch heb ik nooit naar medicatie gegrepen. Mede dankzij een huisarts die goed kan luisteren. Alhoewel ik ook neig naar perfectionisme en controle, wist deze arts me zover te krijgen dat ik me over kon geven aan haar adviezen en die van andere deskundigen. Doodeng, maar het lukte. Daarnaast heb ik mijn lief die enorm veel geduld met me heeft. Hij houdt de juiste afstand, laat mij dingen zelf uitzoeken, maar is er altijd voor me.”

Volgens deskundigen kan het zomaar vijf jaar duren voordat je na een zware burn-out weer terug bent op een acceptabel niveau. “Ik probeer te aanvaarden dat ik nu ben wie ik ben en leer daarmee omgaan. Fysiek en mentaal doe ik er alles aan sterker te worden en het verlangen om weer in het werkproces terecht te komen, is groot. Maar rust is het belangrijkste medicijn én mijn grenzen goed bewaken.” 

Abonneer op de nieuwsbrief

Volg ons via Facebook